Bewaren van wijn
Het ideaal is uiteraard een kelder met een constante temperatuur zo
tussen de 12 en 14 graden en een relatief hoge luchtvochtigheid.
Ook als de omstandigheden minder ideaal zijn kan u wijnen bewaren.
Veelal zal de temperatuur dan te hoog zijn. Uw wijnen komen eerder op dronk. De
chemische processen in de fles spelen zich sneller af. Ook vormen zich minder
complexe verbindingen waardoor de wijn wellicht niet alle facetten van zijn
potentieel zal geven. Of u dit proeft is moeilijk te bewijzen. Van belang is dat
de temperatuur niet al te hoog wordt, 20° is echt wel het maximum.
Temperatuurswisselingen moeten voorkomen worden. De kruipruimte is b.v.
volstrekt ongeschikt voor wijn. Het tocht daar per definitie en dat geeft sterke
temperatuurschommelingen. Heeft u geen wijnkelder en wilt u op zeker varen schaf
dan een klimaatkast aan. Wilt u deze uitgave niet doen zoek dan een inpandige
kast. De temperatuur is daar veelal wel te hoog maar vrij
constant.